portret4_03.jpg

Het verhaal van Jan




Het verhaal van Jan

Hij zit stil in een hoekje, de stok kaarten op tafel. Schippersvest, een gekortwiekt grijs baardje. Het rumoer in buurtkroeg De Burck komt niet van hem, zo is hij niet. Van praten leer je niets, van luisteren des te meer, vindt hij. Een week eerder had hij gezegd dat hij gebak zou meenemen. Deze donderdagmiddag serveert hij trots een roze tompouce. Want beloofd is beloofd. Zelf hoeft hij er geen, het smaakt niet bij zijn cola light.
Even later komt er een cd’tje op tafel met foto’s van de Homeless Cup in Kaapstad, 2006. Jan met oranje zonnebril op het hoofd in een sloppenwijk, met de Nederlandse vlag op weg naar het speelveld en Jan die z’n ogen uitkijkt op een Afrikaanse markt. Toen was hij nog keeper van het Haags team dat namens Nederland deelnam aan het WK, nu is hij trainer.
Het kan verkeren. Jan is weg van de straat, en heeft een kamer in een begeleid wonen project. Het gaat goed met hem, zegt hij met twinkelende ogen. Helemaal als hij met z’n passie bezig mag zijn: voetbal. Hij neemt z’n taak om de thuislozen van Den Haag naar Australië te loodsen dan ook bloedserieus. Tegelijkertijd is hij apetrots dat hij als uithangbord van de Dutch Homeless Cup/Dutch Street Cup mag fungeren.
Elke dag is Jan in De Burck te vinden, het café in de Haagse wijk Laak, waar hij z’n dagbesteding heeft. De koelkast bijvullen, een klusje hier, een klusje daar. Maar De Burck betekent meer. Hier kwam hij dagelijks toen hij geen thuis meer had en van dak naar dak zwierf. Hij at een broodje, kreeg een sigaret, was even onder de mensen. Hier werd hij ook aangemoedigd om de neerwaartse spiraal van zijn leven te doorbreken. “Zo kan het niet langer”, zei de kroegbaas op een avond in 2005. Jan was het met hem eens.

Negen maanden oud was hij toen zijn moeder hem afstond aan een oudoom en -tante. Het was onduidelijk of zijn vader, die vaak in het buitenland verbleef, zijn échte vader was. Waarom zijn oom en tante hem moesten opvoeden bleef een onbesproken onderwerp, zijn twee zussen en hijzelf konden er slechts naar gissen. Laat het rusten, werd dan gezegd. De vraag wie zijn vader was, werd eveneens onder het tapijt geveegd.
Tot z’n elfde ging het redelijk goed, maar in de puberteit veranderde dat. Het leeftijdsverschil met zijn opvoeders was te groot, hij werd beschermd tot en met, alsof hij in een getralied kooitje zat. En dan was er nog steeds dat onrustige gevoel in zijn binnenste. Wie was zijn echte vader, op wie leek hij eigenlijk? Op zijn moeder die hij nog nooit gezien had? Hij vluchtte in de sport. Of hij was op of rondom het voetbalveld te vinden of op de tekenkamer bij Rijkswaterstaat waar hij werkte. Op z’n 22e stapte hij snel in het huwelijksbootje, om maar weg te zijn uit die beklemmende sfeer thuis. Het was niet de liefde waarop hij gehoopt had, zes jaar later ging zijn vrouw er met een van z’n vrienden vandoor, terwijl Jan met een hernia in het ziekenhuis lag. Daar zat hij dan. In z’n eentje in het huis dat ze samen hadden gekocht. Zich geen raad wetende met de huiselijke beslommeringen.

Als hij nu terugblikt op die periode schudt hij z’n hoofd. Aan de ene kant is er het ongeloof, aan de andere kant vindt hij het ook niet meer dan logisch dat het zo uit de hand liep. Hij had zich rot gevoeld, eenzaam, bedonderd. Wat kon het hem schelen als de rekeningen niet betaald werden? Wist hij veel hoe hij het huishouden moest bestieren, hoe hij de financiën op orde moest houden. Dat had z’n tante altijd voor hem gedaan, later z’n vrouw.
De rekeningen stroomden binnen, later de aanmaningen, tot slot de brieven van het incassobureau. Hij gooide ze netjes opzij, deed er niks mee. Ondertussen kwam hij terecht in een huurhuis, maar ook daar wist hij zichzelf niet te redden. Hij leefde van dag tot dag, maakte alles op wat er nog was.
Het familiegeheim werd ondertussen een steeds groter blok aan zijn been, pogingen om zijn vader te bezoeken in Ierland leverden niets op. Er waren ontmoetingen, maar verder dan een muur van stilzwijgen kwam Jan niet. Na de zoveelste poging besloot hij op 40-jarige leeftijd om met de hele familie te breken. Hij had zich altijd al alleen gevoeld, nu wás hij het ook. Als hij ’s ochtends wakker werd, was hij eigenlijk teleurgesteld dát hij nog wakker was geworden. Twee zelfmoordpogingen volgden, korte tijd later werd hij ook nog ’s uit zijn huis gezet en besloot Rijkswaterstaat hem na 22 jaar te ontslaan. Het dieptepunt was bereikt.

Hij vertelt het makkelijk, soms knippert hij een paar keer extra met z’n ogen. Dan gaat het meestal over zijn vader, of zijn niet-vader, zegt hij er dan met een cynisch lachje snel achteraan. Inmiddels is de man in Ierland overleden, op het moment dat Jan thuisloos was, en geen mogelijkheden had om de begrafenis bij te wonen. Zijn moeder heeft hij nooit ontmoet, het hoeft ook niet meer.
Op de radio de uithalen van Liesbeth List en Ramses Shaffy. ‘Laat me, laat me mijn eigen gang maar gaan.’ Jan hoort het niet. Hij is in gedachten teruggegaan naar zijn periode als thuisloze. Echt dakloos was hij niet, twee jaar lang zwierf hij van vrienden naar kennissen. Soms kwam hij terecht op duistere plekken. Zo kreeg hij een taakstraf aan z’n broek omdat hij een slaapplek in een wietplantage had bemachtigd.
Het was de onrust die aan hem vrat. Nooit wist hij waar hij die avond zou slapen. Hoelang hij zou kunnen blijven waar hij op dat moment was. Soms sliep hij buiten, maar dat bleef beperkt tot een enkele keer. Met een paar euro’s strompelde hij door het leven. Totdat de kroegbaas van De Burck hem wakker schudde. Er moest iets veranderen. Samen zochten ze hulp en zo kwam hij in het opvangcentrum van de Kessler-stichting terecht.
Nu, 2008, woont Jan in een begeleid wonen-traject, en werkt hij toe naar een eigen huisje. Als de schuldsanering op de rails staat moet dat haalbaar zijn, denkt hij. Hij voelt zich lekker, durft weer doelen te stellen, die ook nog eens verder weg liggen dan de dag van morgen. December 2008 bijvoorbeeld, als de winnaar van de Dutch Homeless Cup/Dutch Street Cup afreist naar Melbourne. Hij begint te glunderen. De gedachte alleen al…